Samenwerken op onontgonnen gebied

Jessica van Sluijs 28-03-2024 551 keer bekeken

Mijlpalen moet je vieren. Oók als het pijpenstelen giet en het heuglijke feit buiten plaatsvindt. Op een regenachtige maartse dag staan de projectcollega’s van de Wageningen University and Research (WUR), Boskalis Nederland en Rijkswaterstaat samen op ons kletsnatte innovatieterrein aan de A58.

Vandaag markeert de ‘bemonstering’ van de grond aan de A58 bij parkeerplaats Kloosters de start van een onderzoeksproject waarbij we als overheid, markt en kenninstelling gelijkwaardig samenwerken. Dat is precies hoe we bij InnovA58 werken en wat een succesfactor is voor geslaagde innovaties: samen kennis en expertise verzamelen, uitproberen en toewerken naar nieuwe werkwijzen en producten. Dat kan in het beproefde concept Leerruimte, waarin deze samenwerking plaatsvindt. 

Monsters nemen van de kletsnatte grond

Ruimte om te leren

Dit project omvat een onderzoek naar nieuwe toepassingsmogelijkheden voor hoogwaardig gebruik van grond. Oftewel: we beoordelen grond op haar waardevolle eigenschappen en kijken hoe we het opnieuw kunnen gebruiken. Samen leren staat voorop en dat doen de partners in een ‘Leerruimte’. Yuri Wolf van Rijkswaterstaat en Freddy Hogendoorn van Boskalis Nederland vertellen na het nemen van de grondmonsters bij een kop koffie bevlogen over de ins en outs van deze samenwerking. Zij zijn respectievelijk regisseur en projectleider van deze Leerruimte.

De Leerruimte klinkt wat abstract. Wat is het concreet?

Yuri: ‘Het is een samenwerkingsvorm die innovaties stimuleert en naar een hoger plan tilt. Overheid, bedrijfsleven en kennisinstellingen werken gelijkwaardig samen in een concreet project, binnen een bestaand contract.’

Freddy vult aan: ‘In ons geval hebben Rijkswaterstaat en Boskalis Nederland een contract voor de ombouw van verzorgingsplaats 2.0 Kloosters, dat hoort bij InnovA58. Onze Leerruimte is een onderdeel van dit werk. Hierin kijken RWS, Boskalis, de WUR en Copernicos gezamenlijk naar, met moeilijke woorden, de toepassingsmogelijkheden van grondstromen en het integraal toetsen van de waarden van grond. Copernicos ontwikkelde hiervoor het Systeem Dynamisch Model Grondstromen (SDMG).’

Natuurlijk willen we precies weten wat de praktische 'vertaling' is van deze woorden. Freddy en Yuri lichten het graag toe.

Groepje van zes mensen in oranje veiligheidskleding op een grasveld
Yuri Wolf (RWS), Simone Houtman (RWS), Stijn Reinhard (WUR), Freddy Hogendoorn (Boskalis), Johnny Visser (WUR), Gerard Korthals (WUR).

Kun je iets uitleggen over dit model?

Freddy: ‘Het SDMG-model is een nieuwe berekeningsmethode voor de kwaliteit van grond. In het model wegen ook circulariteit en klimaatefficiëntie mee. Als het goed werkt, helpt het ons bij besluiten over hoe en waar we grond zo hoogwaardig mogelijk in kunnen zetten. Dat betekent dat we in de afweging naast de functiegeschiktheid in een civieltechnische werk nu ook kunnen kijken of grond misschien geschikt is als bodemmaatregel in de land- of tuinbouw. Deze mogelijkheden onderzoeken we.’

Hoe onderzoek je dat bij de ombouw van de verzorgingsplaats bij InnovA58?

Yuri: ‘Bij de ombouw van de verzorgingsplaats Kloosters naar een duurzame rustplek voor weggebruikers gaat Boskalis grond afgraven. Vanochtend namen we als voorbereiding ter plekke grondmonsters. De WUR-onderzoekers Gerard Korthals en Stijn Reinhard gaan na wat de kwaliteit ervan is. Vervolgens kijken we samen hoe we de grond zo goed mogelijk op een andere plek kunnen inzetten. Liefst in deze regio bijvoorbeeld, want hoe kleiner de vervoersafstand, hoe kleiner de CO2-uitstoot.’

stuk grondmonster
Grondmonster van het innovatieterrein bij de verzorgingsplaats (parkeerplaats) Kloosters

Wat maakt dit model innovatief?

‘Naast de civieltechnische en milieuhygiënische kwaliteit meten we nu ook de biologische kwaliteit van de grond. Zo’n integrale beoordeling van toepassingsmogelijkheden wordt tot nu toe nog niet navolgbaar in één model gedaan’, aldus Freddy. ‘De WUR onderzoekt welke biologische eigenschappen en functies van grond relevant zijn en hoe deze o.a. het bodemleven, de biodiversiteit en wateropslag kunnen helpen bevorderen. Als we die kwaliteit kennen, dan kunnen we afgegraven grond die overblijft in een werk een passende nieuwe bestemming geven. We zeggen dan dat we streven naar een zo hoogwaardig mogelijk gebruik.’

Hoe verloopt jullie samenwerking?

Freddy: ‘We werken allemaal in verschillende bedrijfsculturen. Aannemers zoals Boskalis hebben een houding van aanpakken en aan de slag. Als aannemer maken we een plan en voeren dat zo efficiënt mogelijk uit. Rijkswaterstaat is een grote organisatie en is voornamelijk op processen gericht. En een kennisinstituut wil logischerwijs leren en maximaal weten. Je kunt je voorstellen dat deze cultuurverschillen een grote invloed hebben op resultaatverwachtingen en bijvoorbeeld het tempo van een project.’

Yuri vult aan: ‘Ik heb er bewust een hele sessie aan gewijd om verbinding te maken met mekaar. Dat is echt nodig om succesvol verder te kunnen.’ Hij is trots op hoe dit lukte. Freddy knikt instemmend. ‘Jazeker, we maakten samen een plan van aanpak, op basis van gedeeld eigenaarschap en een verdeelsleutel voor de kosten. Die gezamenlijkheid is de succesfactor.’

Gelijkwaardige samenwerking staat voorop in de Leerruimte

Wat is straks het resultaat?

Freddy: ‘Heel concreet: over een paar maanden liggen er zes hopen zand, ‘depots’, naast elkaar. Elk met eigen kwaliteitsscores. We bepalen welk depot geschikt is voor welk hoogwaardig gebruik: voor fruittelers, landbouw, tuinbouw, infrastructuur of nog wat anders. We maken een kostenplaatje, dat we vervolgens voorleggen aan het project Verzorgingsplaats 2.0 Kloosters. En dan gaan we het realiseren.‘

Yuri: ‘Op dit moment is er nog geen vraag en aanbod voor grond van een bepaalde biologische kwaliteit. Die markt kan nu wel ontstaan. Grond is waardevol als het bijvoorbeeld rijk is aan biodiversiteit en water kan vasthouden. Tot slot dienen de resultaten uit deze onderzoeken als voorbeeld voor beleidsmakers van ‘Water- en Bodemsturend’ om wetgeving te kunnen aanpassen. Misschien kan afgegraven grond straks wel gezien worden als grondstof, meststof, voedingsstof en niet (alleen) als afvalstof. Aan elk gebruik zitten andere regels.’

***

Betrokken projectpartners:

  • Gerard Korthals - onderzoeker bij de Wageningen University and Research (WUR)
  • Stijn Reinhard - onderzoeker bij de Wageningen University and Research (WUR)
  • Simone Houtman -  Water, Verkeer en Leefomgeving (WVL) Rijkswaterstaat
  • Freddy Hogendoorn – Boskalis Nederland - projectleider Leerruimte
  • Yuri Wolf – Innovatie & Markt, Rijkswaterstaat – regisseur Leerruimte
  • Markos Pachydakis - Boskalis Nederland - adviseur Grondstoffen
  • Gijsbert Roos – Boskalis Nederland – senior adviseur Grondstoffen
  • Harry Hofman - Water, Verkeer en Leefomgeving (WVL) Rijkswaterstaat
  • Arjen Ros – Copernicos

Lees meer over Leerruimtes, een nieuwe vorm van samenwerken en innoveren.

Man in oranje veiligheidskleding neemt grondmonster
Grondmonsters van verschillende delen van het terrein om de kwaliteit te kunnen meten.

 

Cookie-instellingen