Hoge ambitie vraagt om concrete stappen
De nieuwe aanpak is het resultaat van jarenlange voorbereiding. Evelien Ploos van Amstel, senior innovatieadviseur bij Rijkswaterstaat en projectleider Living Lab InnovA58, schetst hoe de aanpak tot stand kwam. “De afgelopen jaren werkt het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, samen met uitvoerende organisaties zoals Rijkswaterstaat en ProRail, aan een klimaatneutrale en circulaire infrastructuur, met 2030 en 2050 als belangrijke ijkpunten. Er is goed gekeken: welke maatregelen hebben we nodig om die ambities te halen?”, legt ze uit. “Wat nu is gepresenteerd, is een volgende stap. Het is concreter geworden. We weten beter waar de belangrijkste keuzes liggen om verder te komen en hoe we die stappen samen gaan zetten.”

Vier doelen die elkaar beïnvloeden
Bij de ontwikkeling van een toekomstbestendige asfaltketen wordt gekeken naar vier variabelen: circulariteit, kwaliteit, klimaatneutraliteit en schone productie van asfalt. Logisch en eenvoudig op het eerste oog. Maar iedere verandering aan de een, heeft ook effect op de ander. Ploos van Amstel benadrukt dat ze namelijk onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. “Circulariteit gaat over grondstoffen, kwaliteit over o.a. levensduur, klimaatneutraliteit over uitstoot bij aanleg en onderhoud, en schone productie over de manier waarop asfalt wordt gemaakt. Je kunt best overstappen op een andere energiebron voor de productie”, zegt ze, “maar als dat ten koste gaat van de kwaliteit, dan ondermijn je de circulariteit. Dan moet je asfalt eerder vervangen en ben je uiteindelijk verder van huis.”
Kwaliteit speelt binnen de vier doelen een sleutelrol. Met de juiste kwaliteit gaat het asfalt langer mee, vraagt het minder onderhoud en maakt hoogwaardig hergebruik mogelijk. Allemaal belangrijke aspecten om te komen tot een circulaire economie. “Je moet het één kunnen blijven borgen, terwijl je aan het andere werkt”, vat ze samen. “Dat alles tegelijk moet kloppen, maakt het lastig.”
InnovA58 als praktijktoets
De aanpak leunt op ervaringen die eerder zijn opgedaan op verschillende plekken, waaronder op de innovatiestrook van InnovA58. Zo zijn er datagedreven proeven gedaan, waarbij sensoren in het wegdek het type asfalt uit kunnen lezen. Ook is ervaring opgedaan met klimaatneutrale uitvoering, onder meer door het aanleggen van proefvakken met volledig elektrisch materieel.
Daarnaast liggen er op InnovA58 asfaltvakken met biobased bindmiddelen. Hierin is een deel van het fossiele bitumen vervangen. “Bitumen is traditioneel volledig fossiel”, legt Ploos van Amstel uit. “De vraag is: kunnen we daar een duurzamere variant van maken, zonder dat de prestaties achteruitgaan? InnovA58 is daar de perfecte testlocatie voor.” Ook liggen er proefvakken met 60% PR in ZOAB, om te onderzoeken hoe hoogwaardig hergebruik in de praktijk presteert. Verder wordt warm mix asfalt toegepast, waarbij asfalt op lagere temperaturen wordt geproduceerd en daarmee minder CO₂ uitstoot. Dat wordt ook ondersteund door een richtlijn, waardoor de stap naar lagere productietemperaturen nu beter mogelijk wordt.

Samenwerken, leren en innoveren
Het behalen van de afgesproken klimaat- en circulaire doelen is volgens het Nationaal Platform Duurzame Wegverharding (NPDW) niet mogelijk met de huidige versnippering en het gebrek aan capaciteit en middelen. Dit is ook de reden dat het NPDW is opgericht. De samenwerking tussen marktpartijen en overheden is belangrijk om dit probleem tegen te gaan. “Je hebt elkaar nodig om vooruit te komen, ondanks verschillen in werkwijze en cultuur. Alleen samen kunnen we het doel om in 2025 volledig circulair en klimaatneutraal te werken, behalen”, stelt Ploos van Amstel.
De kracht van InnovA58 in het behalen van dat doel zit volgens haar daarnaast in de combinatie van realisme en beheersbaarheid. “Je wilt nieuwe dingen testen in een omgeving die de werkelijkheid nabootst, maar wel met lage risico’s. Werkt een proef niet zoals gehoopt? Dan kun je herstellen, zonder dat het meteen grote gevolgen heeft.”
De waarde van praktijkervaring
De kennis die op InnovA58 wordt opgedaan, blijft niet op de plank liggen. Waar innovaties relevant zijn voor andere overheden, kunnen we ze delen. Dat kan via landelijke handreikingen of via praktijkgidsen zoals het Doeboek Duurzame Infra, dat vanaf 2026 elk kwartaal wordt aangevuld. Ploos van Amstel ziet daar kansen. “Sommige dingen die wij testen, kunnen ook prima toepasbaar zijn voor gemeenten of provincies.” Ze noemt onder meer lichtmasten, wegmarkeringen en biobased asfaltmengsels. “Als wij laten zien dat iets op onze wegen werkt, hebben andere partijen daar uiteindelijk ook iets aan.”
InnovA58 laat zien wat praktijkervaring kan opleveren. Niet door alles zelf op te lossen, maar door te testen, te leren en inzichten beschikbaar te maken voor de hele keten. Precies dat maakt het living lab tot een waardevolle bouwsteen die de weg plaveit naar een toekomstbestendige asfaltketen.