Samen leren in de Leerruimte Verzorgingsplaats Kloosters

02-02-2026 199 keer bekeken
Mensen lopen over het innovatieterrein met emmers in hun hand

Bij de ombouw van verzorgingsplaats Kloosters langs de A58 zou veel grond vrijkomen. In reguliere infraprojecten wordt die grond vaak snel afgevoerd, gestuurd door kosten, risico’s en vaste procedures. Binnen InnovA58 is dit vraagstuk onderzocht, om te leren van procesinnovatie voor andere projecten

Mensen nemen grondmonsters bij innova58

Gelijkwaardig samenwerken, zonder vaste rollen 

In de ‘Leerruimte Verzorgingsplaats Kloosters’ werkten Rijkswaterstaat, Boskalis Nederland, Copernicos en Wageningen University & Research (WUR) gelijkwaardig samen. Niet het eindresultaat stond hierbij voorop, maar eerst gezamenlijk verkennen wat er mogelijk was. “Iedere partij brengt zijn eigen expertise in, maar niemand staat boven de ander”, zegt Harry Hofman, regisseur Circulaire Grondstoffen bij Rijkswaterstaat. 

Voor Boskalis Nederland betekende dit een andere werkwijze dan de dagelijkse praktijk. Freddy Hogendoorn, projectleider Grondstoffen, kwam snel tot een belangrijke conclusie: waar reguliere projecten draaien om voortgang, planning en oplevering, draaide het hier om verkennen en begrijpen. “Als aannemer ben je gewend om van A naar Z te werken”, zegt hij. “Maar in de Leerruimte merkte ik meteen: dit is een totaal ander traject. Je zit hier niet om snel te leveren, maar om samen mogelijkheden te onderzoeken.” 

Verschillen expliciet maken om samen te leren 

Die manier van werken maakte de verschillen tussen de betrokken organisaties zichtbaar. Rijkswaterstaat werkt procesgericht en zorgvuldig, een aannemer zoekt tempo en voortgang en een kennisinstelling als de WUR wil verdiepen en onderbouwen. In de Leerruimte werden die verschillen niet gladgestreken, maar juist expliciet benoemd. Dat bleek cruciaal om tot gedragen keuzes te komen. 

Hogendoorn herkent dat als een belangrijk leerpunt. “We kwamen met verschillende tempo’s en organisatieculturen aan tafel”, zegt hij. “Misschien botst dat best een keer, maar uiteindelijk kom je wel tot consensus en begrip.” Volgens Hofman hoort dat erbij. “Dat is onderdeel van het werken. Door verwachtingen en tempo’s uit te spreken, voorkom je dat partijen langs elkaar heen werken. Samen kom je altijd verder en daar speelt communicatie een grote rol in.” 

Grond als casus, niet als doel 

De vrijkomende grond bij Kloosters vormde het concrete vraagstuk waarin deze manier van samenwerken werd geoefend. In veel infrastructuurprojecten wordt grond hergebruikt en wanneer dit niet mogelijk is afgevoerd met de minste kosten en/of hoogste opbrengsten. “Als je beter kijkt, zie je dat grond veel meer waarde kan hebben dan alleen de financiële waarde”, zegt Hogendoorn. 

Net als de samenwerking verloopt het in de Leerruimte net even anders. Het proces begon namelijk met een gezamenlijke verkenning van wat er daadwerkelijk lag. Boskalis heeft de grond laten onderzoeken op milieuhygiënische en fysische eigenschappen, dit gebeurt normaal ook. WUR onderzocht de grond op biologische eigenschappen. Die biologische kwaliteit zegt iets over bodemleven, biodiversiteit en het vermogen van de bodem om water vast te houden. “Die biologische waarde wordt normaliter nauwelijks meegenomen”, zegt Hofman. “Dat was hier nieuw en bepalend voor de keuzes die we maakten: de vraag was niet alleen óf de grond hergebruikt kon worden, maar vooral waar en op welke manier dat het meest logisch was.” 

Toen de waarde van de grond bekend was, heeft een integrale afweging plaatsgevonden via het Systeem Dynamisch Model van Copernicos, voor de meest hoogwaardige toepassing van de grond. De alternatieven waren: toepassen bij een lokale bomenkweker op 500 meter afstand, als ophoogmateriaal op het werkterrein of brengen naar een composteerder op 25 km afstand. Een deel van de grond werd bezorgd bij de lokale bomenkweker, omdat daar de biologische waarde het best tot zijn recht kwam. Een ander deel kreeg op het project een nieuwe bestemming, omdat in die grond aaltjes zaten die schadelijk zijn voor de bomenteler, zo bleek uit het biologisch onderzoek. In een regulier project zouden kosten en risico’s zwaar hebben meegewogen. In de Leerruimte werd dat perspectief bewust losgelaten. “De biologie was leidend”, zegt Hogendoorn. “Niet de euro.” 

Iemand houdt grond in zijn of haar handen

Wat de Leerruimte heeft opgeleverd 

De Leerruimte Verzorgingsplaats Kloosters is inmiddels afgerond. In januari 2026 zijn de werkzaamheden aan de verzorgingsplaats gestart. De afgegraven grond wordt daarbij gebruikt volgens de inzichten die in de Leerruimte zijn opgedaan. Daarmee is het project inhoudelijk afgerond, maar de belangrijkste opbrengst ligt elders. Volgens Hofman zit die opbrengst namelijk in wat partijen hebben geleerd over samenwerken. “De echte winst zit niet in de grond”, zegt hij. “Die zit in hoe je samenwerkt. Als je samen leert en samen besluit, kom je verder dan wanneer iedereen vanuit zijn eigen organisatie optimaliseert.” 

Relevantie en vervolg 

De lessen uit Kloosters blijken breder toepasbaar. Ze bieden handvatten voor andere infraprojecten waar grond vrijkomt, voor beleidsmakers die zoeken naar beter onderbouwde keuzes en voor marktpartijen die vroegtijdig willen meedenken over waarde in plaats van alleen uitvoering. Juist doordat de Leerruimte losstaat van contracten en uitvoering, ontstaat ruimte om die lessen breder toe te passen. 

Die aanpak krijgt een vervolg. In nieuwe Leerruimtes, waaronder het project bij de uiterwaarden van Wamel, Dreumel en Heerewaarden, bouwen Rijkswaterstaat en marktpartijen voort op de ervaringen uit Kloosters. Niet door het proces één op één te kopiëren, maar door de kernprincipes vast te houden: gelijkwaardigheid, het expliciet maken van verschillen in tempo en verwachtingen, en het scheiden van inhoudelijke vragen om tot beter onderbouwde en breder gedragen besluiten te komen. 

Cookie-instellingen