Lars Emans
Lars Emans (35) werkt al drie jaar als adviseur klimaatadaptatie bij afwateringsspecialist TBS-SVA. Daarvoor gaat hij vaak op bezoek bij landschapsarchitecten, gemeenten en aannemers om over een complexe opgave te praten: hoe we beter met ons kostbare regenwater kunnen omgaan.
Lars Emans (foto: Milou van Helden)
Met dit werk wil Lars vooral een groene en positieve impact op de wereld maken. Hij is de tweede innovator die we in deze rubriek voorstellen.
Wat gaan jullie testen bij InnovA58?
“We maken afwateringsproducten en daar zijn we al decennia marktleider in. De afgelopen jaren hebben we aan 4 nieuwe innovaties gewerkt: de Mini raingarden, de Wadi vuilgangkolk, de Cycloon filterput en de Retentie Gully Box. Ze hebben allemaal hetzelfde doel: het filteren van regenwater.
De Cycloon filterputten zorgen bijvoorbeeld voor een tweede extra filtering, waardoor er steeds zuiverder regenwater naar het afwateringssysteem gaat. Daarvan installeren we er 1 op verzorgingsplaats Kloosters. Daarnaast plaatsen we daar 40 Mini raingardens en 8 vuilgangkolken. De raingardens zorgen dankzij een speciaal substraat voor waterfiltering en kunnen tot wel 400 liter water per raingarden opslaan. Het groen dat op de bak zit, verhoogt ook nog eens de biodiversiteit. Dat geeft een meerwaarde ten opzichte van traditionele kolken.
Een Mini raingarden wordt op InnovA58 geplaatst
Een Wadi vuilvangkolk van TBS-SVA ligt in het trottoir bij InnovA58
Al deze innovaties zijn relatief makkelijk in onderhoud. De schoonmaakkosten gaan daardoor omlaag. Bovendien: je wilt waterpakketten aanbieden die toekomstbestendig zijn. Als de snelweg er nog 60 jaar ligt, moet het pakket even lang meegaan. Op het innovatieterrein van InnovA58 gaan we onze producten de komende 5 jaar testen.”
Welk probleem willen jullie oplossen?
“Veel regenwater dat van de weg afstroomt wordt nu niet helemaal goed gefilterd. Bij traditionele wadi’s stroomt het water vaak de hele berm in. We hebben bij dat soort bermen weleens metingen gedaan op zware metalen zoals zink en koper. Wat blijkt? Na vijf jaar zat er meer vervuiling in de berm dan gedacht.”
Wat moet er na de testen anders zijn dan ervoor?
“Natuurlijk hoop ik dat alle innovaties perfect functioneren. Bij de Wadi vuilgangkolk meten we bijvoorbeeld de grondvervuiling bij de uitstroomplaats. Als die grond schoner blijft dan de kant van de weg waar de kolk niet zit, word ik heel blij.
In de praktijk gaat het altijd anders dan op papier. Daarom gaan we de innovaties op de verzorgingsplaatsen uitvoerig monitoren: we controleren de staat van het groen, de hoeveelheid water die door de producten gaat en de waterkwaliteit. Daarvoor breng ik iedere maand een paar keer een bezoek aan InnovA58.”
Wat is je droom?
“Meer groen in de straten. Zeker in smalle straten waar nog weinig groen is. Dat is nodig, want biodiversiteit en wateropslag zijn heel belangrijk voor de toekomst en leefbaarheid van de stad. Wateroverlast door klimaatverandering wordt een steeds groter probleem in Nederland. Er moet iets veranderen. Ik hoop dat we met innovaties zoals de Mini raingarden daaraan kunnen bijdragen. Aan dat soort projecten wil ik de komende jaren blijven werken.
Het groene dek van de Mini raingarden
Lars Emans (foto: Milou van Helden)
InnovA58 is zo’n fijne testlocatie omdat de omstandigheden er extreem zijn: er rijden duizenden auto’s per dag voorbij en ook het aandeel vrachtwagens is hier natuurlijk hoger dan in een normale woonwijk. Als de innovaties hier functioneren, gaat het straks in een stad ook werken. Maar het zou mooi zijn als andere verzorgingsplaatsen óók groener worden en meer aan wateropslag doen.”
Wat is je tip aan andere innovators?
“Organiseer brainstormsessies. Haal er mensen bij die vrijblijvend willen meedenken. De meest simpele tips kunnen een product compleet veranderen. Zo kom je steeds dichter bij een goed eindresultaat. Dat was bij ons ook zo: tijdens de ontwerpfase kreeg ik het advies om de rand van de Mini raingarden boller te maken. Een rechte hoek zou sneller beschadigen. Het is belangrijk om dat soort tips daadwerkelijk mee te nemen in het ontwerpproces. Daar worden innovaties beter van.”